FAQ

Algemeen

Indien de accesspoints rechstreeks bij Datto worden gekocht, dan zit je (naast eenmalige aanschaf) ook vast aan maandelijkse kosten per  apparaat.

Echter, open-mesh.nl heeft als officiele open-mesh distributeur een hele grote voorraad gekocht de onder de "oude" regeling valt, waarbij je gratis een cloudtrax licentie krijgt zonder maandelijkse kosten. 

Er is door de voormalige ontwikkelaars van Open-Mesh/Cloudtrax een nieuwe portal gemaakt. Voor deze portal is ook nieuwe hardware ontwikkeld die ook gewoon leverbaar blijft. In de nieuwe portal kunnen ook bestaande Open-Mesh accesspoints worden gebruikt. 

Klik hier voor meer info.

Access points

Als eerst moet je op de pc die je gebruikt voor het flashen "winpcap" installeren.

Klik hier voor winpcap.
Download vervolgens onderstaand programma in een map, bv in "c:\openmesh".
Klik hier voor v6.4.15: (stable release).
Klik hier voor v6.5.3 (beta release).
Klik hier voor v6.1.5 (voor OM2PV1 : laatste 6.1 versie).

Verbind het access point via een UTP kabel met het netwerk.
Zet het access point uit (geen stroom via adapter of geen POE).
Open een dos-box (commandprompt) en ga daar de directory waar de tool "open-mesh-flash-ng.exe" staat. bv ("cd openmesh").
Typ op de command line "open-mesh-flash-ng.exe 1" (bij meerdere netwerk kaarten in de pc kan het nummer anders zijn, dit nummer is zichtbaar door exe zonder nummer te starten).
Zet het openmesh access point op spanning.
Na korte tijd zal de tool het access point herkennen en zal het flash-en beginnen.
Wacht totdat het programma aangeeft dat het veilig is dat je de unit kunt verwijderen.
Stop de exe / sluit de dos-box.
Zet de spanning van het access point eraf en daarna er weer op.
Klik hier voor meer info.
Klik hier voor alle firmware downloads.
Flashen gaat het gemakkelijkst op Windows, echter het is ook mogelijk om via Linux of een MAC te flashen.

Klik hier voor de firmware release notes van de access points.

De openmesh units communiceren onderling voor de roaming via VLANs. Bij eenvoudige (unmanaged) switches gaat dit doorgaans transparant door de switch heen. Bij managed switches dient er om gedacht te worden dat bepaalde VLANs openstaan op de betreffende poort van de managed switch.
De benodigde VLAN nummers zijn afhankelijk van de firmware versie.
Klik hier voor meer info.

Voor de optimale werking dienen alle openmesh units bij voorkeur bedraad aangesloten worden. Daar waar het niet mogelijk is om een unit bekabeld aan te sluiten kan een openmesh unit ook draadloos verbinding maken met een ander openmesh accesspoint via het mesh netwerk. Op dat moment gaat e.e.a. werken als een soort repeater.
Standaard staan alle OpenMesh access points van een CloudTrax netwerk op hetzelfde kanaalnummer. Hierdoor kunnen de access points elkaars berichten ontvangen. Dit wordt gebruikt door het mesh netwerk.
Echter op het moment dat de mesh functionaliteit niet nodig is, kan men de individuele units het beste op een afzonderlijk wifi kanaalnummer zetten. Het voordeel hiervan is dat de accespoints volledig onafhankelijk van elkaar kunnen zenden en ontvangen (mits er natuurlijk geen andere wifi access points actief zijn op dit ingestelde kanaalnummer).
Ook in deze configuratie blijft roaming gewoon werken.
Het kanaalnummer kan bij "General" | "Add/Edit nodes" aangepast worden. Klik daarbij op een access point en selecteer een wifi kanaal bij "Channel override".
Het is ook mogelijk om alleen de access points die elkaar draadloos via het mesh netwerk moeten kunnen zien, hetzelfde kanaal nummer te geven. De andere access points kunnen dan wel ingesteld worden op een afzonderlijk kanaal nummer.

Vanaf de 5xx firmware zit er ook een mogelijkheid om de kanaalnummer instelling op "Auto" te zetten. In dat geval gaat het access point zelf bepalen wat het beste kanaal nummer is voor de verschillende access points. Het systeem kiest hierbij voor de 2.4GHz kanalen tussen kanaal 1, 6 en 11.

De LED's op de OM-serie access points geven aan wat het apparaat momenteel aan het doen is. Deze pagina bevat een overzicht van de verschillende kleuren en hun betekenissen.
De OM-serie heeft vier lampjes: Power, Ethernet (2) en WiFi.

De Power LED:
• Knippert blauw indien het apparaat wordt opgestart.
• Blijft solide blauw branden na het opstarten.

Ethernet LEDs:
• Blijft solide blauw branden wanneer er een kabel is aangesloten.

WiFi LED:
Op gateways heeft de multi-color WiFi LED de volgende statussen:
• Geen kleur totdat DHCP adres ontvangen.
• Rode kleur indien nog geen internet verbinding, maar wel DHCP ontvangen.
• Groen knipperen als internet werkt.
Op repeaters heeft de multi-color WiFi LED de volgende statussen:
• Geen kleur totdat snelheidstest (dashboard checkin) is uitgevoerd.
• Rode kleur als de snelheid naar de gateway minder dan 1Mbps is.
• Gele kleur als de snelheid naar de gateway tussen 1Mbps en 2.5Mbps is.
• Groen knipperen als de snelheid naar de gateway meer dan 2.5Mbps is.
• Rood knipperen terwijl het knooppunt is in "lonely" mode.
• Geel knipperen terwijl het knooppunt is in "ophan" mode.

Gateway en Repeater:
Vast paars: Pre-opstart fase.
Vast geel: Aan het opstarten.
Vast rood: Firmware Upgrade (Apparaat voert nu een firmware upgrade uit).
Vast wit: Configuratieverandering Access Point niet gereed.
Knipperend rood: Internet test faalt, er is geen default route.
Knipperend wit: CloudTrax Check-in mislukt.
Knipperend geel: Key moet opnieuw gepaard worden.

 

Alleen Gateway:
Vast teal (groen/blauw) CloudTrax check-in is gelukt.
Knipperend paars: IP verkregen via DHCP, maar internet test faalt.

 

Alleen Repeater:
Vast groen: De check-in is gelukt en de snelheid ligt boven 2mbps.
Knipperend groen: De check-in is gelukt maar de mesh snelheid is lager dan 2Mbps.
Knipperend geel, daarna groen: Het apparaat bevind zich in Orphan Mode.
Knipperend rood, daarna groen: Het apparaat bevind zich in Lonely Mode.

Orphaned nodes zijn nodes die niet op dezelfde firmware versie draait de rest van het netwerk.

Indien vier internet checks achter elkaar mislukt zijn,dan zal de node terugvallen in 'lonely" mode. De node gaat ervan uit dat het op een verkeerde WIFI kanaal draait (het kanaalnummer zou gewijzigd kunnen zijn). In "lonely" mode gaat de node alle kanalen scannen met de hoop om ergens anders internet te vinden. Het scannen van alle kanalen duurt ca. 5-6 minuten.
Note: In deze mode zijn de SSIDs uitgeschakeld omdat anders de node niet in staat zou zijn om te kanalen te scannen.

In Cloudtrax staat onder het tabje advanced de optie "mesh encryption".
Het is aan te bevelen om deze optie altijd aan te zetten. Indien deze optie uit staat, en er een ander Cloudtrax netwerk in de buurt is, dan kunnen deze twee netwerken met elkaar gaan meshen. Dit zorgt ervoor dat je twee netwerken met elkaar verbindt. Hierdoor kun je IP loops krijgen en is het mogelijk dat je plotseling het IP adres krijgt van de DHCP server van het andere netwerk.

Indien de firmware 6.3 (of hoger) geïnstalleerd is, kan de functie "Application Reporting" (DPI) uitgezet worden. Indien dit uitstaat zie je in de statistieken niet meer welk type data er over het netwerk gaat (YouTube, Facebook,...), echter wanneer DPI uit staat, dan gaat de throughput snelheid een stuk omhoog. Ons advies is dan ook om dit standaard uit te zetten. Je kunt het dan tijdelijk aanzetten op het moment dat je geïnteresseerd bent in de DPI info,
Deze optie is vindbaar onder : Configureer | Geavanceerd

Indien alle acces points bekabeld zijn aangesloten, dan kan de functie "APMesh" uitgezet worden. Hiervoor heb je wel firmware 6.3 (of hoger) nodig. Indien dit uitstaat wordt het acces point sneller en bestaat er ook geen kans meer op IP loops in het mesh netwerk. Ons advies is dan ook dit uit te zetten wanneer alle accespoints toch allemaal bekabeld zijn aangesloten.
Deze optie is vindbaar onder: Configureer | Geavanceerd

Indien men op een SSID geen splashpage heeft draaien, dan kan de functie "DNS Intercept" uitgeschakeld worden. Hiermee worden de DNS berichten transparant voor het accespoint en laat deze alle berichten afhandelene door de ingestelde DNS server. Indien de functie "DNS Intercept" aanstaat, dan vangt het accesspoint alle DNS berichten af en stuurt ze door naar een DNS server. Het is dus noodzakelijk de "DNS Intercept" functie aan te zetten indien je een slashpage wilt gebruiken. Echter wanneer er geen splashpage gebruikt wordt, is het beter om "DNS Intercept" uit te zetten.
Deze optie is vindbaar onder : Configureer | SSID1, SSID2, SSID3, SSID4

Een Open-Mesh apparaat wordt via het MAC adres gekoppeld aan een CloudTrax account. Een MAC adres kan hierdoor maar één keer ingevoerd worden. Indien het MAC adres door een onbekend netwerk wordt vast gehouden, dan dient men een formulier in te vullen. Klik hier voor het formulier om het MAC adres uit een onbekend netwerk te krijgen en stuur dit document op naar info@open-mesh.nl

Switches

Klik hier voor mee info.

Klik hier voor de firmware release notes van de accesspoints.

Router

Klik hier voor een beschrijving hoe je de G200 router kunt flashen.

Vast paars: Pre-opstartfase.
Vast blauw: Opstarten.
Vast rood: Het apparaat voert een firmware upgrade uit.
Vast wit: Configuratieverandering Access Point niet gereed.
Vast teal (groen/blauw):
De check-in is gelukt.
Knipperend
 wit: CloudTrax check-in is mislukt.
Knipperend geel: De key moet opnieuw gepaard worden.
Knipperend rood: Internet test faalt, er is geen default route.
Knipperend paars: IP is verkregen via DHCP, maar internet test faalt.

Klik hier voor meer info

Klik hier voor andere FAQs van de G200 router

Belangrijke mededeling over SSL certificaten: klik hier voor meer info.